Het Markiezinnetje, een beginnersvis. (Dascyllus aruanus), maar koop hem als laatste.

 

De kop van dit artikeltje geeft het al aan, dit visje is praktisch niet dood te krijgen en is binnen zijn familie die bekend staat om zijn agressieve geslachten een redelijk verdraagzame soort.

Maar laat ik eerst eens het visje voorstellen

Familie: Pomacentridae (Nederlandse benaming= Juffervis)

Geslacht: Dascyllus

Soortnaam: aruanus

Biotoop: Indische en Stille Oceaan en de Rode Zee op riffen, lagunen en ondiep kustwater.

 

De meest bekende soorten juffertjes, die allemaal rechtopstaande zwarte strepen (drie of vijf) vertonen op een wit lichaam, komen voor in de Indische en Stille Oceaan en de Rode Zee. Ze kunnen een grootte bereiken afhankelijk van de soort tot plusminus 12 cm. De drieband zwart-wit getekende dieren zou men door het op elkaar gelijkende patroon gemakkelijk kunnen verwisselen. Ik zal u daarom de grootste verschillen duidelijk maken.

 

Dascyllus aruanus heeft drie zwarte dwarsbanden waarvan de eerste over het voorhoofd loopt. De staartvin heeft een grijze dwarsband en is verder wit.

 

De D. melanurus lijkt heel veel op de D. aruanus, met dit verschil dat de witte staart aan het einde i.p.v. de grijze dwarsbalk een zwarte balk c.q. vlek heeft.

 

De D. annulatus is duidelijk te onderscheiden van de voorgaande soorten. Deze vis heeft i.p.v. drie, vijf zwarte banden op het witte lichaam en de staartvin is wit.

De familie bestaat uit nog meer soorten maar die zijn nog duidelijker te onderscheiden omdat deze vissen niet gestreept zijn. Overigens is de verzorging hetzelfde.

 

Van de gestreepte juffers komt de drieband-juffer het meest in de handel voor.

De D. aruanus wordt ook wel het Markiezinnetje genoemd en is een klein blijvende soort. Tot ongeveer 8 cm. Dit visje ziet u ook op de foto.

De D. Aruanus is te vinden op koraalriffen en in lagunen en ondiep kustwater.

De vissen leven in hun jeugdstadium in grote schoolverbanden boven vooral ge´soleerd groeiende koraalkolonies van de geslachten Acropora en Poecilopora. Het is een prachtig gezicht een school van deze beweeglijke visjes te zien zwemmen. Ze zijn moeilijk te benaderen want ze duiken bij het minste of geringste teken van onraad tussen het koraal weg. Een uitstekende bescherming. Even later als het gevaar is verdwenen dansen de visjes weer boven de koraalkolonie. Ook de volwassen dieren bewonen bij voorkeur deze ge´soleerde koraalkolonies maar leven daar meer paarsgewijs of in kleine groepjes. De vissen, klein of groot, blijven binnen bereik van hun koraalkolonie.

In het aquarium kunnen ze ook goed in groepjes worden gehouden wanneer het aquarium niet te klein is.

Ook zijn ze goed houdbaar in een lagere-dierenaquarium. Ze hebben wel behoefte aan schuilplaatsen waarin ze zich kunnen terugtrekken zoals ze dat in de natuur ook doen. Onder bepaalde omstandigheden gaan deze visjes makkelijk tot voortplanting over.

Ze zijn uitstekend houdbaar en eten van alles. Dit laatste heb ik in de praktijk kunnen testten.

 

Tijdens mijn vakantie op de Maladieven heb ik regelmatig gesnorkeld in een ondiepe lagune. Over alle schoonheid die ik daar zag kan ik dit blad volschrijven, maar ik hou me in en beperk mij tot deze vis. Op de zandbodem van de lagune kwamen veel koraalgroepen voor die allemaal bewoond werden door voornamelijk juffertjes. Wanneer je op een snorkeltocht deze visjes naderde verdwenen ze razendsnel tussen het koraal totdat ze erachter kwamen dat je geen gevaar betekende. Dat ze daarachter waren gekomen was duidelijk voelbaar. En ik bedoel dat letterlijk. De brutaalste onder hen beten regelmatig in mijn redelijk behaarde benen. Ik denk dat ze meer aan mijn beenharen trokken dan dat ze echt beten, maar gevoelig was het wel.

Op het eiland waar wij bivakkeerden waren praktisch geen toeristen. Het eiland was toen nog vrij onbekend en ongeschonden. De vissen waren niet echt schuw en konden goed door mij gefotografeerd worden. Om u te laten zien dat u niet per sÚ hoeft te duiken om veel mooist te zien heb ik een foto laten plaatsen waarop u kunt zien dat ook in een lagune veel leven aanwezig is

 

 

 

Bijschrift foto:

Mijn vrouw heeft het zakje met voer nog niet open gemaakt of de Markiezinnetjes zijn er al.

(2 Meter diep)

Wanneer we ons verveelden gingen we onder water niet de eendjes voeren, maar de vissen voeren. Met wat vis, eigeel en zelfs brood werden groepen van meer dan veertig tot vijftig vissen gevoerd. Waar ze vandaan kwamen weet ik niet maar ze blijken een goede neus te bezitten. De eerste liefhebbers waren de diverse juffers waaronder D. aruanus die direct het voedsel uit de hand begonnen te trekken, gevolgd door lipvissen papegaaivissen en diverse vlindervissen. Zelfs de als moeilijk aan het eten te krijgen bekend staande vlindervissen aten hier praktisch uit de hand.

 

De watertemperatuur die ik ter plaatse heb gemeten bedroeg 32 graden C. Dit is geen drukfout. Ook aan de oppervlakte buiten het rif heb ik tot drie meter, ( verder durfde ik net te gaan i.v.m. met mijn thermometer) dertig graden gemeten. Dit is natuurlijk geen reden om deze vissen op die temperatuur te houden. Ik wil hiermee alleen maar mee aangeven dat ook hogere temperaturen, wanneer de stijging natuurlijk niet plotseling gebeurt, door o.a. deze vissen te verdragen zijn. De ge´mporteerde dieren komen waarschijnlijk niet daar vandaan.

De gemiddelde temperatuur die men in het aquarium aanhoud zoĺn 24 tot 26 graden C is natuurlijk prima.

Wilt u beginnen met een zeeaquarium dan is dit visje en zijn (niet agressieve) soortgenoten zeker aan te bevelen. U zult er lang plezier van hebben.

 

Zeeaquarium Homepage  (Begin)