De witborst doktersvis, houdbaar of niet?

  (Acanthurus leucosternon) foto: Hans Nooijen

Helaas worden er nogal eens uitspraken gedaan of beweringen gepubliceerd die niet juist zijn. Ik wil zeker niet beweren dat ik de wijsheid in pacht heb, maar ik wil wel graag proberen een antwoord te geven. Zo schreef Tanne Hoff in Het Zeeaquarium van juli/augustus 1998 dat de Witborst doktersvis niet houdbaar zou zijn. Ik durf met stelligheid te beweren dat dit onzin is.

                                                                                                                                                                                        

Deze vraag werd mij gesteld door een NBAT-lid die ook ‘’Het Zeeaquarium’‘ leest n.a.v. het artikeltje geplaatst in ‘’Het Zeeaquarium’‘ aflevering 7/8, juli/augustus 1998, geschreven door Tanne Hoff. Ik wil hier toch even op reageren want ik ben het niet eens met Hoff’s conclusie en uitspraak. Tanne Hoff beweert in zijn artikel dat de Witborst doktersvissen agressief zijn, ware ‘’killers kunnen worden, dat deze vissen onhoudbaar zijn en dat we onverantwoord handelen wanneer we deze vissen kopen en verzorgen. Volgens zijn schrijven kent Hoff slechts één exemplaar dat in blakende gezondheid leeft. Ik vraag me dan ook af wat voor onderzoek deze jonge auteur ( die net begonnen is met het houden van een zeeaquarium) heeft gedaan om tot deze conclusie te komen die m.i. onjuist is.

Toen ik in de beginjaren zeventig mijn eerste Witborst doktersvissen mocht aanschouwen, in een toen bekende zaak te Diemen, was er weinig bekend omtrent deze vissen. Ook de kennis van het zeeaquariumhouden in het algemeen was minimaal en de techniek was gewoon abominabel. Er is gelukkig veel veranderd en de techniek heeft zeker een grote bijdrage geleverd aan de vooruitgang van onze hobby. Onze kennis is in de loop der jaren met grote sprongen toegenomen en dieren die vroeger niet houdbaar waren blijken nu geen problemen meer te geven. Dit geld ook voor het houden van o.a. de Witborst doktersvis.

In de tachtiger jaren heb ik in ‘’Het Zeeaquarium’‘ , het toenmalige bondsblad een oproep geplaatst om te reageren op mijn vraag: ‘’Waarom zijn de Witborst en de Filippijnen doktersvis zo slecht houdbaar?’‘

Ik heb een aantal reacties ontvangen van mensen die varieerden van, niet houdbaar tot, deze vissen zwemmen al jaren in mijn bak (zie bijschrift).

In de loop der jaren heb ik steeds meer informatie verzameld door o.a. tijdens mijn lezingen bij aquariumverenigingen met de verenigingsleden o.a. over deze dieren van gedachten te wisselen. Het viel mij op dat er toch een progressieve lijn viel op te merken v.w.b. de houdbaarheid van deze vissen. (Beter voedsel??) Ik verzorg bijna vanaf die tijd dat ik de oproep plaatste verschillende zeewateraquaria bij bedrijven, ziekenhuizen en particulieren. Ik doe dit o.a. om ervaring op te doen en te leren. Ik kan ook op deze manier experimenteren met bepaalde dieren door deze dieren in verschillende aquaria onder verschillende omstandigheden te verzorgen, te verhuizen naar andere bakken v.v. en waar te nemen.

Praktijk is de beste leermeester.

Natuurlijk heb ik ook geëxperimenteerd met de Witborst doktersvis. N.a.v. mijn ervaringen met deze vissen en die van anderen die ik heb gehoord, ik geef toe dat dit laatste niet als bewijs mag worden gezien, kom ik tot een heel andere conclusie als Tanne Hoff.

Mijn eerste ervaringen met de Witborst waren ook slecht. Na aanschaf werden de vissen meestal direct geplaagd door de stip en na weken tot maanden volgde dan meestal de dood van het dier. N.a.v. mijn waarnemingen op riffen waar ik de Witborsten voornamelijk op kale gedeelten, zoals afgestorven rifgebieden, zag grazen en zwemmen kreeg ik het idee om deze vissen te houden in ‘’kale ‘’bakken. Bakken zonder sterk netelende lagere dieren maar wel bealgd. De mensen die op mijn toenmalige oproep hadden gereageerd en die deze vis meer dan een jaar hadden rondzwemmen hadden ook bijna geen sterk netelende lagere dieren in de bak. Misschien is de slijmhuid van deze vissen wel te gevoelig voor netelcellen in concentraties zoals die bij ons in een lagere dierenbak kunnen voorkomen. De vissen zijn al gestrest als ze binnenkomen bij de handel en hebben dus minder weerstand en als de slijmhuid toch al weinig weerstand kan opbrengen tegen huidparasieten zoals o.a. de witte stip dan zijn ze na een transport zeker dubbel gevoelig voor infecties. Stres lijkt mij één van de grootste boosdoeners. Zijn de vissen eenmaal gewend en zonder stres dan lijkt het stipprobleem te zijn opgelost.

In mijn eigen bak met neteldieren zwom al ruim een jaar een Witborst rond zonder problemen. De vis at goed (o.a. veel algen en wieren) en had slechts in het begin wat last van stip. Maar het leek wel of de vis er steeds beter tegen bestand werd. (Verbeterde afweer? Immuun aan het worden? Goed voedsel?) Helaas tijdens mijn vakantie is tijdens een ongelukje o.a. deze vis naar de vissenhemel vertrokken.

Zelf heb ik er toen geen meer aangeschaft, maar mijn ‘’klanten’‘ waar ik de bakken van verzorg gaven mij ruimschoots de gelegenheid deze prachtige vissen te proberen en er mee te experimenteren.

Kort samengevat komen mijn probeersels hier op neer.

1. Ik hield de vis een paar maanden in een bealgde (vissen)bak praktisch zonder lagere dieren. Na wat stip aanvallen geen problemen.

2. De vis heb ik toen overgezet in een bak met lagere dieren (sterk netelende dieren). Resultaat; stip en achteruit gang ondanks het ruime aanbod van hetzelfde voer. Beide bakken met een lengte van 250 cm hadden een temperatuur van 27/28 graden en waren praktisch nitraat vrij. De pH-waarde varieerde van 8.0 t/m 8.3. De combinatie van stress door het verplaatsen en de sterk netelende dieren bleek het probleem.

3. Na een paar weken heb ik de vis weer terug gezet in de eerste bak. Weg stip.

4. Nadat de vis was aangesterkt (ongeveer twee maanden) weer terug in de tweede bak. Stip, wel minder en de conditie liep niet meer zo snel achteruit. Deze vis is na een paar maanden weer terug geplaatst bij zijn eigenaar in de eerste bak.

Tot zover heb ik later een soortgelijk experiment herhaalt met een andere Witborst, praktisch dezelfde bakken en met dezelfde ervaringen. Deze vis heb ik later in een lagere dierenbak (geen heftige neteldieren)laten zwemmen. De stipaanval kwam wel weer terug maar was minder heftig en kwam later slechts af en toe eens opzetten. Deze vis is na ruim vier jaar verkocht omdat hij te groot werd en teveel domineerde. Bovendien werd er een zeer aantrekkelijke prijs voor geboden. De tweede vis is door een ongeluk na bijna vijf jaar oud te zijn geworden en in uitstekende conditie verkerend overleden.

In een andere bak met praktisch geen sterk netelende dieren heb ik drie jaar lang een Filippijnen doktersvis zonder problemen laten zwemmen. Deze bak is helaas verkocht en ik heb geen contact met de nieuwe eigenaar.

Een lid van de aquariumvereniging ‘’Cerianthus’‘ uit Utrecht heeft mij een Witborst die al jaren in een vissenbak met weinig netelende dieren zwom verkocht en die zwemt nog steeds zonder problemen rond in een bak met algen, symbiose anemonen, gorgonen, oren en diverse softkoralen, waarin ook een Philippijnen doktersvis vijf jaar had rondgezwommen. De eigenaar kwam helaas op het onzalige idee om zijn lichtkap te schilderen. En dat resulteerde in de sterfte van bijna alle vissen inclusief de Philippijnen doktersvis.

In een bekende aquarium/dierenzaak in Utrecht heeft een Witborst doktersvis ruim drie jaar zonder problemen rond gezwommen. Helaas door een stroomuitval zijn samen met de Witborst doktersvis vele vissen naar de vissenhemel vertrokken.

Mijn hier beschreven ervaringen zijn zeker geen wetenschappelijke bewijzen. Maar ik heb hier drie Witborsten en twee Philippijnen doktersvissen genoemd, waarmee ik persoonlijk ervaring mee had en nog heb, die geen problemen geven of gaven. Er is nooit met chemicaliën gewerkt. Wanneer ik daarnaast de mededelingen van andere liefhebbers plaats die ook geen problemen hebben met deze vissen dan ben ik zo vrij om de stelling van Tanne Hoff te verwerpen en zijn uitlatingen voorbarig te noemen. In één ding heeft hij gelijk, de WB-doktersvissen kunnen erg agressief zijn

Het moet duidelijk zijn, dat zoals bij zoveel dieren het geval is, men deze vissen niet moet houden wanneer men ze niet de juiste leefomstandigheden kan bieden of men te weinig verstand van zaken heeft. M.i. is de Witborst- en de Philippijnen doktersvis een vis voor de gevorderde aquariaan met verstand van zaken, die best goed houdbaar is wanneer we rekening houden met een aantal essentiële zaken.

Mijn conclusie.

Deze vissen kunnen onder bepaalde omstandigheden goed gehouden worden.

M.i. zijn die omstandigheden.

A. Een goed bealgde bak, zeker in de beginperiode, niet kleiner dan 200 cm i.v.m. stress. De vissen hebben zwemruimte nodig. Later blijkt prima surrogaat voedsel te voldoen, zoals sla, spinazie en spirulina en droogvoer. Droogvoer bevat de meeste belangrijkste voedingsstoffen en is m.i. een prima voedsel. Een quarantainebak zou natuurlijk voor de beginperiode de voorkeur genieten.

B. Niet te lage temperatuur. Mijn beste resultaten zijn behaald op plusminus 27 graden.

C. Moeilijk te houden in een bak met veel sterke netelende dieren. Netelcellen, in grote concentraties zoals we deze kunnen tegenkomen in onze lagere dierenbakken, irriteren m.i. de slijmhuid teveel met als gevolg verhoogde gevoeligheid voor huidparasieten. Dit in combinatie met stress geeft problemen. Softkoralen (weinig netelende), oren, gorgonen, poliepen zoals apenhaar en de groene, schijfanemoontjes en symbioseanemonen hebben bij mijn probeersels geen problemen gegeven. Netelende lagere dieren zoals bijv. Lemnalia en anemonen zoals de Cerianthus lijken juist weer wel problemen te geven

D. In het begin moet de vis de gelegenheid krijgen goed te eten, o.a. algen en een goede kwaliteit droogvoer. Als het steeds wordt weggejaagd gaat het natuurlijk fout.

E. Niet te kleine dieren aanschaffen en kijk bij de handelaar of het dier eet en niet te mager is. Levende Mysis of Artemia doen wonderen.

F. De Witborst en de Philippijnen doktersvis kunnen het vaak moeilijk met elkander vinden. Ook de Witborst in combinatie met de Gele dokter kan problemen geven. Beter lijkt het mij geen andere dokters bij deze vissen te houden die dezelfde algen consumeren i.v.m. de voedselconcurentie.

G. Ook denk ik dat de vissen een zekere weerstand/afweer tegen o.a. stip kunnen opbouwen wanneer we ze de gelegenheid bieden.

Tot zover mijn ervaringen met deze prachtige vissen. De laatste jaren worden deze prachtige vissen steeds meer door liefhebbers gehouden zonder problemen. ik denk dat de betere waterkwaliteit en voeding die we nu kunnen bieden en de ervaringen opgedaan in het verleden hier aan hebben bij gedragen. De in het verleden gevreesde "witte stip" komt nauwelijks meer voor.

 

 

 

 Ik zag deze vissen veelal zwemmen boven kale riffen. Weinig neteldieren maar wel algen.

 

Op de valreep nog een goede raad. Wanneer u deze vis niet die omstandigheden kan bieden die het dier nodig heeft om een gezond leven te kunnen lijden moet u sportief zijn en niet egoïstisch. Koop deze vis dan niet. U bespaart het dier en uzelf een boel ellende.

Deze raad geldt natuurlijk niet alleen voor de Witborst doktersvis.

Wilt u meer info over mijn ervaringen met deze vissen of heeft u misschien zelf ervaringen met deze vissen, dan verneem ik dat graag van u.

Bijschrift:

Naschrift door Frank de Graaf Conservator Artis aquarium Amsterdam en auteur van twee uitstekende aquariumboeken.

Jacques van Ommen heeft groot gelijk wanneer hij de witborst doktersvis Acanthurus leucosternon een goed houdbare vis noemt, mits voldaan is aan bepaalde voorwaarden waaronder deze soort in gevangenschap dient te leven. Om deze uitspraak te ondersteunen refereer ik aan datgene wat ik in 1976 in mijn 'Encyclopedie van tropische zeeaquariumvissen' heb geschreven: "Aquariumgegevens: de witborst doktersvis is dikwijls moeilijk te wennen aan aquariumcondities. Vooral de overschakeling op het voedsel dat doorgaans gegeven wordt, veroorzaakt de meeste moeilijkheden. Acclimatisatie geschiedt nog het snelst wanneer men de vis direct zoveel mogelijk plantaardig voedsel te eten geeft, waaronder algenmeel en tevens kleine, levende kreeftachtigen, vooral aasgarnaaltjes (Mysis). Is het dier eenmaal gewend, dan is het niet meer moeilijk houdbaar en neemt dan ook met graagte allerlei dierlijk voedsel aan. Hij moet echter niet met snelle eters samengehouden worden, evenmin als met soortgenoten. Tegen deze is de soort in de beperkte ruimte van het huiskameraquarium bijzonder agressief. Zij moeten een grote afstand t.o.v. elkaar kunnen handhaven, willen ze niet voortdurend vechten. Is ook agressief tegen andere soorten doktersvissen, vooral tegen Acanthurus japonicus, A. nigricans en A. achilles, alle nauw verwante soorten. Eist verder een ruim aquarium, daar het een snelle zwemmer is, en veel schuilruimten. Kan in huiskameraquaria erg schrikachtig blijven. Het plotseling aan- of uitschakelen van de verlichting kan speciaal voor deze nerveuze dieren fataal zijn.

Het is duidelijk dat hetgeen meer dan 20 jaar geleden werd opgeschreven nog steeds zijn volledige geldigheid heeft behouden en overeenkomt met de resultaten van Jacques van Ommen. In het Artis-aquarium werden in de periode van 1955 tot 1987 verschillende exemplaren van de witborst doktersvis met succes gehouden onder de boven geciteerde omstandigheden en daarmee werden leeftijden bereikt van maximaal 11 jaar. Dergelijke leeftijden zijn mij ook bekend van andere Europese openbare aquaria. Ook vermeldt bv. Chlupaty (1980) een langere leeftijd in gevangenschap dan 11 jaar. Overigens geldt hetgeen hierboven werd gesteld in gelijke mate voor de soorten A. nigricans en A. japonicus. Voor alle doktersvissen geldt dat hun voedsel voor een groot gedeelte moet bestaan uit plantaardig materiaal (algen, algenmeelbrokjes, sla, broccoli en dergelijke).

Literatuur
Chlupaty, P., 1980. Meine Erfahrungen
mit Korallenfischen im Aquarium.
Landbuchverlag Hannover

Graaf, F. de, 1976.
Encyclopedie van tropische zeeaquariumvissen.
A.J.G. Strengholt's Boeken, Naarden

Zeeaquarium Homepage  (Begin)