De Heremietkreeft (foto’s: J.H. van Ommen)

 

 

Welke zeewaterliefhebber kent de heremietkreeft niet? Ze komen in vrijwel alle zeeën voor. Er bestaan heel kleine soorten, amper een cm groot, maar ook grotere soorten tot wel een cm of 20.

 

De heremietkreeft heeft in tegenstelling tot de meeste kreeftachtigen geen gepantserde staart maar slechts een week achterlichaam. In de wereld van eten of gegeten worden kan een dier met zo'n week achterlichaam niet lang overleven. Er moest dus een vervangend pantser worden gezocht. Een leeg slakkehuis bleek de oplossing. Het achterlijf paste zich prima aan door zich gekromd te ontwikkelen met aan het einde een soort grijphaak zodat het uitstekend in het slakkehuis past.

De heremiet kan vrij kleurloos zijn maar ook juist heel kleurrijk. Dat kleurrijke aspect is doorgaans slecht waar te nemen omdat het grootste deel van zijn lichaam verborgen blijft in het slakkenhuis dat het dier bewoont. Slechts de poten, ogen en tasters van de kreeft zijn doorgaans zichtbaar. Vooral de poten kunnen heel mooi zijn. In mijn aquarium komt o.a. een tropische soort voor met fel rode poten die sterk contrasteren met de witte schelp waarin het diertje leeft.

De meeste soorten zijn vrij onschadelijk voor ons aquarium-milieu en eten voornamelijk algen en klein afval. Het zijn goede opruimers na het voeren. De grotere soorten kunnen lastig zijn omdat ze in het algemeen vrij sterk zijn en bij het zoeken naar voedsel onze zo mooi opgebouwde stenen kunnen verplaatsen met alle gevolgen van dien. Ook komt bij die grotere soorten het nogal eens voor dat de kleinere soortgenoten als hartige hap worden geconsumeerd en zelfs vrij zwemmende vissen kunnen gepakt worden. Ook moet men voorzichtig zijn met het combineren van een grotere heremietkreeft met sommige steenkoralen en doopvontschelpen. Houd hier rekening mee wanneer u besluit tot aanschaf van een heremietkreeft.

 

 Het is moeilijk te zien, maar op deze schelp wonen in twee kleine spleten nog twee onderhuurders. Jonge heremietkreeftjes van een paar millimeter groot.

 

De heremietkreeft of heremietkrab zoals dit dier ook wel genoemd wordt is vooral bekend om zijn manier van wonen. Het dier woont in de meeste gevallen in een slakkenhuis (in geval van nood kan ieder passend hol voorwerp als behuizing worden genomen) dat hij of zij op de één of andere manier heeft bemachtigd. De vorige bewoner van dat huis is vertrokken, wel of niet vrijwillig, en de woning komt beschikbaar. Wanneer de heremiet groeit dan groeit betrokkene letterlijk zijn huis uit. De heremietkreeft heeft dus een probleem. Er zijn uitzonderingen, daar kom ik later op terug.

Wanneer de heremiet verschaalt en groeit kan zijn woning te klein worden. Hij moet dan doorstromen naar een grotere woning. Helaas, er schijnen weinig makelaars in zee te wonen die een geschikte woning voor onze heremietkreeft kunnen vinden. Het komt dan ook regelmatig voor dat onze huizenzoeker letterlijk uit zijn woning groeit omdat er geen, of te weinig aanbod bestaat. Er kan dan een echte woningnood ontstaan. Regelmatig wordt dan ook alles wat maar enigszins voor een geschikte woning kan doorgaan op geschiktheid onderzocht. Wanneer onze kandidaat een geschikte woning heeft gevonden en die uitvoerig heeft geïnspecteerd gaat de verhuizing plaatsvinden. De heremiet is echt de kampioen onder de verhuizers. Hij is een echte doe het zelf-verhuizer. Zijn verhuizing geschiedt in een fractie van een seconde. Doe hem dat maar eens na. Die snelheid is verschrikkelijk belangrijk, onze heremietkreeft woont niet voor niets in een overgenomen bestaande woning. Zoals u weet zijn de meeste kreeftachtigen voorzien van een uitstekend pantser dat een goede bescherming biedt tegen predicaatoren. De heremietkreeft is wat dat betreft slecht bedeeld. Het lijkt wel of de schepper hier iets vergeten is. Onze heremiet heeft geen gepantserde staart of achterlijf, maar slechts een heel week en zacht achterlichaam. Wanneer een rover (die net zo gek is op kreeftachtigen als ondergetekende) toevallig langskomt, zou die in de verleiding kunnen komen om op dat moment kreeft te willen eten. Het is dus zaak dat de heremietkreeft zo snel mogelijk zijn zachte onbeschermde delen verbergt in zijn gevonden schelp. Eenmaal in de schelp zit hij goed. Zijn kop en poten die niet zacht zijn kan hij ook nog intrekken zodat hij, wanneer zijn woning niet te klein is, met zijn scharen en poten een deur kan vormen om daarmee zijn woning af te sluiten. Sommige exemplaren kunnen zich zo ver in de schelp terugtrekken dat ze niet eens meer te zien zijn. Niet alle heremietkreeften bewonen een schelp. Er zijn er ook die een spons als woning gebruiken of zelfs een bepaalde koraalsoort. Het voordeel daarvan is dat er niet verhuisd hoeft te worden wanneer de bewoner groeit omdat de spons of het koraal kan mee groeien. Door deze manieren van bewoning blijft de heremiet mobiel en kan hij zijn kostje bij elkaar scharrelen en zich ook van een partner voorzien. Sommige heremieten zijn heel slim. Die gebruiken ter verdediging van zichzelf één of meerdere anemonen.

Die anemonen hechten zich met hun voet op de schelp en vormen met hun tentakels een prima bescherming voor de heremiet. Wanneer de heremiet gaat verhuizen verhuist de anemoon mee. De anemoon wordt door de heremiet van zijn oude woning afgeplukt en op zijn nieuwe onderkomen neergezet. Als beloning voor deze diensten kan de anemoon de etensresten die de heremiet morst of laat liggen consumeren. Bovendien door het constant verplaatsen van de heremiet kan de anemoon met zijn tentakels de omgeving als het ware afstropen op iets eetbaars. Een symbiose-vorm dus. Het viel mij op dat in mijn aquarium de anemoontjes op de schelp bij aanraking van wieren en steen hun tentakels lieten uitstaan. Maar wanneer een ander dier het anemoontje raakt dan laat het slijmerige draden los die voor een eventuele vijand bij aanraking niet prettig zullen zijn.

 

Nu blijkt er toch nog een afwijkende vorm van bewoning te bestaan. Of dit een reguliere manier van wonen is voor jonge dieren of een uitzondering ontstaan bv door woning-gebrek, dat weet ik niet.

Ik was eens op vakantiet en wel op een heel mooi klein eiland voor de kust van de Sahara. Het eilandje genaamd La Gomera maakt deel uit van de Canarische eilanden en ligt op de grens van de warme golfstroom zodat het water zomers niet boven de 25 graden komt en s' winters daalt tot plusminus 16 graden. In dit op het Middellandse zeebiotoop gelijkend onderwatergebied kwam ik een heremietsoort tegen die niet alleen schelpen bewoont maar ook leeft in spleten van rotsen.

Dit was voor mij een vreemde gewaarwording. Hoe zouden deze dieren eten en zich vermenigvuldigen. Is dit misschien ook een gevolg van een woning-probleem of een tijdelijke oplossing voor jonge dieren die wachten op een beschikbaar komende woning? De exemplaren die ik gezien heb waren op een enkele uitzondering na niet volwassen dus dat laatste zou het geval kunnen zijn. In mijn aquarium heb ik een aantal van deze soort rondscharrelen en het grappige is dat er twee exemplaren een huisje bewonen waarop onderhuurders wonen. In het ene geval betreft het één onderhuurder en in het tweede geval zelfs twee medebewoners. Deze huisjes zijn begroeid door een korstalg die een paar spleten vormt. In die spleten wonen de soortgenoten. Deze kamerbewoners kunnen dus niet zelfstandig rondlopen maar zijn afhankelijk van de hoofdbewoner. De etensresten die de hoofdbewoner morst zijn waarschijnlijk het voedsel voor de medebewoners. Wanneer de heremiet tussen de bealgde stenen doorkruipt kan de medebewoner natuurlijk ook mee-eten van de bealgde stenen. Het is een heel grappig gezicht dit lopend flatgebouw.

Om welke soort het gaat kan ik niet helemaal met zekerheid zeggen. Heremietkreeften determineren is een gigantische klus.

Wanneer u geïnteresseerd bent in deze grappige en interessante diertjes raad ik u aan om "Het Zeeaquarium" jaargang 32 nr. 3 van maart 1982 eens door te lezen. In deze aflevering staat een uitstekend artikel geschreven door de bekende Ron Ates, voorzien van prachtige kleurenfotos. Dit artikel is het eerste van een serie die Ron heeft gepubliceerd in "Het Zeeaquarium".

Ik hoop dat na het lezen van dit artikel en eventueel na het lezen van de serie van Ron Ates u net zo gecharmeerd bent van deze wandelende schelpen als ik ben.

Gaat u eens op vakantie naar de Middellandse Zee, kijk dan eens nauwkeurig in de kleine poeltjes. Daar ziet u vast en zeker regelmatig een heleboel kleine slakkehuisjes liggen. Blijf kijken want dan ziet u dat deze schelpjes kunnen lopen. Pak er eens eentje op en bekijk hem eens goed. Waarschijnlijk ziet u niets. Het lijkt een lege schelp. Maar laat u niet bedotten. Na verloop van tijd zal de bewoner zich laten zien door zijn poten naar buiten te steken. Gebeurt dat, dan heeft u waarschijnlijk een Clibanaris erythropus in uw hand één van de meest voorkomende hermietkreeft van de Middellandse zee. (Wanneer u dit diertje terug zet in het water vergeet dan niet de lucht uit de schelp te laten ontsnappen) Die zijn herkenbaar aan de witte en rode streepjes op het laatste deel van de poten. De scharen zijn bijna even groot en ze hebben rode tasters. Ze zijn goed te houden in een tropisch aquarium waarin de temperatuur niet boven de 25 graden komt. Zelfs bij hogere temperaturen zullen ze het wel uithouden maar dan vraagt u wel erg veel van het diertje. Geef hem in het aquarium een paar extra slakkenhuisjes liefst een maat groter met de opening aan dezelfde kant (dit i.v.m. de kromming van het achterlichaam) en wie weet kunt ook u zo'n verhuizing meemaken.

 

De Eupagurus anarchoretus herkenbaar aan de bonte kleur vooral op de uiteinden van de poten leeft solitair tussen de rotsen in de bovenste waterlaag van o.a. de Middellandse zee, lengte ongeveer 1 cm en de Clibanarius erythropus of de Clibanarius misanthropus (ik weet niet zeker welke naam de juiste is)uit de Middellandse zee, afmetingen 10-12 mm, vaak in poeltjes te vinden en herkenbaar aan de rode oogstelen, verder roodbruin of groenachtig van kleur met streepjes op de scharen en poten, zijn prima te houden in een gemengde bak evenals de kleinere tropische soorten, maar wees voorzichtig met de grotere exemplaren.

 

 

Vangst vanuit een poeltje aan de Midd.zee

Zeeaquarium Homepage (Begin)